Van vermoeidheid naar energie: Mijn leven met autisme

Mijn jong leven voelde het alsof ik altijd buiten de lijntjes kleurde. Als kind werd ik vaak verlegen , afstandelijk, tegendraads en vooral koppig genoemd. Op school had ik moeite met groepswerk en gesprekken. Mijn schooljaren waren een ramp omdat ik mezelf enkel kon verdiepen in mijn interesses. Wat maakte dat ik in enkele vakken uitblonk, maar alle andere helaas niet om over naar huis te schrijven waren. Gevolg: alle middelbare jaren dubbel gedaan en telkens in een andere school.

Later, op de werkvloer, raakte ik uitgeput door sociale verwachtingen, onvoorspelbaarheid en de onophoudelijke stroom aan prikkels. Zo heb ik vanaf mijn achtiende vijf jaar weten te overleven als agent bij de Militaire Politie in Soest Duitsland. Vijf jaren van meedraaien in een job die me uiteindelijk helemaal heeft uitgeput. Met alle gevolgen vandien. Wat toen wel iets in mijn voordeel werkte is dat bepaalde zaken in het leger zeer afgelijnd waren. Vooral de vraag waarom alles me zoveel energie kostte terwijl anderen er moeiteloos mee omgingen is me heel duidelijk bijgebleven.

Pas op mijn drieëndertig kreeg ik de diagnose Autisme spectrum stoornis (ASS). Wat volgde was een mix van opluchting, verdriet en heel veel vraagtekens. Opluchting, omdat er eindelijk een verklaring was voor mijn voor anderen ‘apart gedrag’. Verdriet, omdat ik mezelf jarenlang had geforceerd om te functioneren op een manier die niet bij mij paste. Die me door de maatschappij en mijn omgeving werd opgedrongen. Vraagtekens omdat ik niet wist hoe het nu verder moest.

Sindsdien ben ik stap voor stap mijn leven gaan aanpassen. Eén van de belangrijkste veranderingen was het accepteren dat ik niet alles ‘moet kunnen’ wat anderen kunnen. Ik hoef geen drukke feestjes bij te wonen als ik daar uitgeput van raak. Gewoon in het begin aanwezig zijn tot de echte feestdrukte begint was voor mij een aanvaardbaar alternatief. Ik had de mensen ontmoet en zij mij. Dat ik mijn eigen manier van communiceren mag hebben, zelfs als dat betekent dat ik soms een sms of chatbericht verkies boven een telefoontje.

Dat ik niet alles hoef te ‘maskeren’. Vroeger probeerde ik constant ‘normaal’ te doen, maar dat kostte me enorm veel energie, wat me achteraf gezien ook amper lukte. Nu geef ik duidelijk mijn grenzen aan. Als ik even pauze nodig heb van een druk gesprek of tijdens een vergadering, vraag ik dat gewoon. En als ik een bericht liever via tekst stuur dan bellen, dan doe ik dat.

Op mijn werk heb ik geleerd om structuur te vragen. Ik probeer met een bulletjournal mijn taken zo nauwkeurig mogelijk te plannen en met to-dolijsten te werken. Als er verandering op komst is, tracht ik me er op voorhand al op voor te bereiden. Dit voorkomt stress en overbelasting.

Overprikkeling was, en is nu in mindere mate, een onzichtbare vijand voor mij. Vroeger zonder dat ik besefte dat het mij beïnvloedde. Nu weet ik dat fel licht, pittige smaken, mensen die maar blijven ratelen, herhalende en/of harde geluiden mijn energie wegnemen. Tegenwoordig heb ik steeds een zonnebril en hoofdtelefoon met ruisonderdrukking in de rugzak zitten. Thuis probeer ik zoveel mogelijk rust te vinden om de druk na een lange of intense dag te verlagen.

Dit zijn enkele omwegen die ik met de jaren heb ontdekt om de ongemakken van A.S.S. zoveel mogelijk te omzeilen:

  • Om directe, duidelijke communicatie vragen als ik twijfel
  • Pauzes inbouwen na sociale situaties om terug op te laden
  • Een planner of bulletjournal gebruiken om structuur te creëren
  • Werken met vaste rituelen of voorbereidingen om nieuwe situaties minder spannend te maken
  • Ik kies kleding en materialen die prettig aanvoelen voor mezelf
  • Op tijd communiceren als iets te veel wordt, zodat ik overbelasting voor ben
  • Omgevingen opzoeken waar ik minder hoef te maskeren en mezelf kan zijn
  • Mijn grenzen nog beter leren kennen en oefenen met het aangeven ervan
  • Mezelf toestemming geven om ‘nee’ te zeggen tegen sociale verplichtingen als dat nodig is
  • Gedachten opschrijven om ze uit men hoofd te krijgen
  • Elke avond een halfuur zelfreflecteren om men dag duidelijk te krijgen

Het belangrijkste verschil is dat ik mezelf niet meer dwing om iemand te zijn die ik niet ben. Ik weet nu dat ik niet ‘moeilijk’, ‘koppig’ of ‘ongeïnteresseerd’ ben, maar gewoon op een andere manier functioneer. En dat is oké.
Ik hoop dat mensen zoals ik, die pas later hun diagnose krijgen, zichzelf wat minder hard aanpakken dan ik in het begin deed. Want het is nooit te laat om je leven beter op jouw manier in te richten.



Plaats een reactie